De strijd tussen horecaondernemer Martijn Bevelander en de gemeente Haarlem om zijn ingetrokken alcoholvergunning ligt nu bij de Raad van State. Bevelander wil de vergunning voor zijn zaken aan de Smedestraat terug, nadat de gemeente die in 2023 introk wegens een vermeend patroon van slecht levensgedrag.
De twee partijen stonden al eerder tegenover elkaar in de rechtszaal. In 2025 oordeelde de rechtbank dat burgemeester Wienen de vergunning terecht had ingetrokken. Bevelander liet het daar niet bij zitten en ging in hoger beroep.
Onderzoek onder vuur
Volgens Bevelander is Wienen te snel geweest met het intrekken van de vergunning en leunde hij te veel op verklaringen van derden die niet zouden kloppen. “Mijn cliënt kan zich alleen verweren met ‘het klopt niet’, dat is een juridisch lastige positie”, stelt zijn advocaat. Ook zou er te weinig onderzoek zijn gedaan naar de meldingen waarop de gemeente zich baseerde. “De rapportages bevatten geen namen en rugnummers, dus het kan ook niet worden geverifieerd of het klopt”, vervolgt ze.
Een Woo-verzoek zou bovendien hebben blootgelegd dat het besluit vooral steunde op de strafzaak die destijds tegen Bevelander liep. Die zaak is inmiddels geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, wat volgens zijn advocaat de hele intrekking op losse schroeven zet.
Lees ook: OM seponeert strafzaak tegen kroegbaas Martijn B. wegens gebrek aan bewijs
Gemeente: meer dan alleen verklaringen
De advocaat van de gemeente reageert dat er naast de verklaringen nog andere feiten en omstandigheden zijn die volgens hem duiden op slecht levensgedrag van Bevelander. Hij wijst op WhatsApp-berichten waarin Bevelander minderjarigen zou hebben uitgenodigd om te komen feesten in zijn zaken, op een promillage van 3,6 bij een van de minderjarige bezoekers, en op DNA-sporen van Bevelander die volgens de gemeente wijzen op seksuele handelingen met een minderjarige. “De burgemeester zag een duidelijk patroon van contact opnemen, het verstrekken van vip-bandjes en het schenken van alcohol aan minderjarige meisjes”, aldus de advocaat van de gemeente Haarlem.
Bevelanders advocaat vroeg de rechters aan het eind van de zitting rekening te houden met de omstandigheden: het zit volgens haar in de aard van jongeren om alcohol te willen drinken, en de sfeer van een horecazaak trekt hen daarom aan. Daar was de gemeente het niet mee eens. “Er lijkt onvoldoende besef van de ernst bij de heer Bevelander. De verantwoordelijkheid ligt niet bij de jongeren, maar bij degene die de vergunning heeft”, reageerde de advocaat van de gemeente. Het laatste woord was aan Bevelander zelf: “Ik heb niets toe te voegen, alles is gezegd.”
Van zijn drie horecazaken runt Bevelander er nog twee zelf. De derde, Shibuya, verkocht hij aan een nieuwe eigenaar, al is hij via zijn vastgoedmaatschappij nog steeds eigenaar van het pand en verhuurt hij dat aan haar. Shibuya ging dit jaar onder leiding van de nieuwe eigenaar weer open. De Raad van State doet uiterlijk over zes weken uitspraak.
Lees ook: Karaokebar Shibuya heropent: gemeente had twijfels, maar verleende toch vergunning
Heb je nieuws of een tip voor ons?
App de redactie van Haarlem105 via 0610510538.























